Wetenschapsuitzondering in de AVG ongewijzigd, maar wat is precies historisch onderzoek?

In de huidige Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp), artikel 23 Wbp is het volgende bepaald, lid 2 luidt:

Het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek is niet van toepassing voor zover:

  1. Het onderzoek een algemeen belang dient,

  2. De verwerking voor het betreffende onderzoek of de betreffende statistiek noodzakelijk is,

  3. Het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kosten en

  4. Bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.

De AVG lijkt daar geen verandering in te brengen, sterker nog er is nog een begrip toegevoegd, in artikel 24:

a. een zwaarwegend geneeskundig belang prevaleert; of

b. de verwerking noodzakelijk is ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek

of statistiek en de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.

Deze toevoeging kan mogelijke veranderingen in de huidige selectielijsten  opleveren. Daarnaast zien we een andere toevoeging, historisch onderzoek in artikel 27:

Het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken, is niet van toepassing voor zover dit noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel j, van de verordening, voor zover:

a. de verwerking een algemeen belang dient;

b. het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een

onevenredige inspanning kost; en

c. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke

levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.

Ik voorzie weer talloze discussies over het begrip historisch belang. Is genealogisch onderzoek bijvoorbeeld een historisch belang? Graag jullie mening over dit onderwerp.

Weergaven: 261

Bijlagen:

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Ik ben geen juridisch expert. Maar misschien heb je m.b.t. 'historisch onderzoek' iets aan wat in de Avg vóór de artikelen staat, bij overweging 160?: "Wanneer persoonsgegevens met het oog op historisch onderzoek worden verwerkt, dient deze verordening ook voor verwerking met dat doel te gelden. Dit dient ook historisch onderzoek en onderzoek voor genealogische doeleinden te omvatten, met dien verstande dat deze verordening niet van toepassing mag zijn op overleden personen."

Dank voor je antwoord, maar in de meeste gevallen worden gegevens niet voor historisch onderzoek verwerkt. Historisch onderzoek volgt vaak pas na vele jaren en is in de meeste gevallen een afgeleid doel. Ook ik ben geen juridisch expert, vandaar de open vraag.

Volgens artikel 5 van de Avg wordt een verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden niet als onverenigbaar beschouwd.

Dat de persoonsgegevens pas op een later moment voor historisch onderzoek worden gebruikt, zou dus geoorloofd kunnen zijn. Als het gaat om bijzondere persoonsgegevens, geeft artikel 27 van de Uitvoeringswet een mogelijkheid om deze te verwerken, mits aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Dit is min of meer conform het huidige artikel 9, derde lid en artikel 23 Wbp (waarbij historisch onderzoek inderdaad niet genoemd wordt).

Overigens ziet artikel 24 van de Uitvoeringswet op een uitzondering op het verbod om genetische gegevens te verwerken. Een historisch onderzoek naar genetische gegevens is kennelijk niet mogelijk, maar zou dit ook niet snel een wetenschappelijk onderzoek gezien het onderwerp.

Ik zou inderdaad gezien de bewoordingen van overweging 160 genealogisch onderzoek onder historisch onderzoek brengen. 

Is in het geval van historisch/genealogisch onderzoek lid b ook niet van toepassing? (het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost).

Als je historisch onderzoek doet, zul je overigens vaak gebruik maken van schriftelijke archivistische bronnen die niet perse bijzondere persoonskenmerken bevatten en ook nu is de biograaf niet geheel vrij in het gebruik van zijn bronnen. Zij moet bijvoorbeeld rekening houden met de persoonlijke levenssfeer van de gezinsleden van heur subject. Biografen van Simon Vestdijk of W.F. Hermans weten dit maar al te goed (en horen zich wat mij betreft ook te realiseren!) dat datgene wat zij melden, ook de levenssfeer van nog levenden kan raken.

Mij lijkt de opmerking van Eric Kraal over genetisch onderzoek wat verwarrend. Volgens mij heeft genetisch onderzoek naar overledenen één karakteristiek van historisch onderzoek: je doet onderzoek naar iemand die er niet meer is, en daarmee automatisch een historisch persoon is.

Zou het laten invullen van een privacy-verklaring door de onderzoeker niet eea oplossen?

De Archiefwet bevat een documentenstelsel. De openbaarheidsbeperkingen van de Archiefwet zijn dan ook niet aan de informatie in de documenten gekoppeld, maar aan het document in zijn geheel. Bij dit stelsel past niet dat de archivaris een document bewerkt – bijvoorbeeld door het te anonimiseren – alvorens daarin inzage te geven.

Ten aanzien van beperkt openbare archiefstukken voert de archivaris het beleid dat daarvan geen kopieën worden verstrekt maar alleen inzage in die stukken kan worden gegeven.

Het inbouwen van passende waarborgen is nu ook een vereiste onder artikel 23 Wbp. Artikel 23 Wbp is de uitzondering die het onder omstandigheden toch mogelijk maakt om bijzondere persoonsgegevens te verwerken.

Artikel 23 Wbp betreft algemene uitzonderingen. Lid 2 luidt:
Het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek is niet van toepassing voor zover:
a) Het onderzoek een algemeen belang dient,
b) De verwerking voor het betreffende onderzoek of de betreffende statistiek noodzakelijk is,
c) Het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kosten en
d) Bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.

Ik kan de term historisch belang in de uitvoeringsregels AVG nu nog niet exact duiden. Archiefdiensten hebben over het algemeen goed ingerichte procedures om ontheffing voor de openbaarheid te verlenen.

Dit is wel een vraag die voor mij open staat: wat is de reikwijdte in relatie tot bijzondere persoonsgegevens?

Yvonne, in zijn algemeenheid kan de openbaarheid toch voor een bepaalde periode worden beperkt? Maximaal 75 jaar na overlijden? Alleen de belangen van de staat kunnen een langere beperkingsperiode rechtvaardigen.

Je hebt gelijk dat bij een papieren document informatie en drager één zijn en dat inzage wordt gegeven of geweigerd, en dat al of niet wordt toegestaan om kopieën te maken. Het is denk ik niet heel gebruikelijk dat voor inzage een beroep op de WOB wordt gedaan, maar als dat gebeurt kan wel een kopie met weggelakte gegevens worden verstrekt, dus uitgesloten is het niet helemaal.

Volgens mij: hoe langer iets geleden is, hoe minder gronden er zouden moeten zijn om toegang te beperken.

De WOB is niet van toepassing zodra archiefbescheiden (term uit de AW) zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Voor sommige bestanden gelden inderdaad langere termijnen, denk aan de geboorteregisters van de Burgerlijke Stand 100 jaar.

Met die laatste stelling ben ik het geheel eens, maar volgens mij gaat dat steeds minder lukken. Wanneer al een datalek wordt gemeld op een bestand als gezinskaarten ouder dan 75 jaar en we misschien deze bestanden al niet meer ter inzage kunnen geven gaat privacybescherming ten koste van openbaarheid het echt winnen.

Een andere stelling van mij is: Nu mensen over het algemeen ouder worden, is het niet zinvol om de maximale termijn van 75 jaar te verhogen naar 100 jaar zonder dat hiervoor toestemming moet worden gevraagd aan een hoger bestuursorgaan? Je mag wel met toestemming langer beperken dan 100 jaar (vergelijk België daar is het al jaren 100 jaar).  Overigens ervaar ik een en ander als een bedreiging voor het openbaar archiefwezen.

Archiefwet 1995 lid 2:

De zorgdrager ten aanzien van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden kan, na de in het eerste lid bedoelde overbrenging, niet alsnog beperkingen als bedoeld in het eerste lid stellen, tenzij zich na het tijdstip van overbrenging omstandigheden hebben voorgedaan die, waren zij op dat tijdstip bekend geweest, tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid ingevolge het eerste lid zouden hebben geleid

Antwoorden op discussie

RSS

© 2017   Gemaakt door Marco Klerks.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden