Afgelopen vrijdagavond ben ik naar een lezing geweest van Bert Willemen, werkzaam als DIV-er bij de gemeente Oosterhout en in zijn vrije tijd onderzoeker op gebied van honden met hondenkar.
Vol enthousiasme vertelt hij erover en legt een link met ons vakgebied.

En daarbij stelt hij selectie- en vernietigingsbeleid aan de orde. Rondom de hondenkar en de trekhondenwet, inspecties en vergunningen is weinig materiaal in archieven bewaard gebleven. Dit materiaal is op grond van vernietigingslijsten/selectielijsten vernietigd of kan vernietigd worden waar dit nog niet gebeurd is.
Dat maakt het onderzoek naar het wel en wee van de honden en hondenkarren en de manier waarop deze werden gebruikt lastig. Als er een document bewaard is gebleven is dit veelal toevallig en vaker aanwezig in privecollecties dan in overheidsarchieven.
Wet- en regelgeving en landelijke verordeningen zijn er nog wel, maar de uitvoering ontbreekt, is in de versnipperaar verdwenen.

Stof tot nadenken. Ik ben overtuigd van nut en noodzaak van vernietigen van archiefmateriaal dat daarvoor op grond van de selectielijst in aanmerking komt. Waarbij ik zeker en vast in de praktijk rekening houd met plaatselijke belangen en folklore. Is dat een juiste instelling of niet?

Waar het de hondenkar betreft is geen sprake van plaatselijke bijzonderheden, denk ik. 
Dat betekent dat -landelijk gezien- dit materiaal in de versnipperaar terechtkomt. Overal, want nergens reden om van de selectielijst af te wijken.
Jammer voor Bert en zijn onderzoek.

Vraag ik me wel af of een zelfde situatie niet op veel meer gebieden een rol speelt en er veel materiaal verdwijnt wat voor specifieke onderzoekers en liefhebbers bijzonder waardevol kan zijn. En waarmee materiaal verdwijnt dat een tijdsbeeld weergeeft en inkleuring geeft aan de bewaarde verordeningen en regelgeving.

 

Weergaven: 315

Opmerking

Je moet lid zijn van BREED - over de grenzen van informatie om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van BREED - over de grenzen van informatie

Reactie van Henk-Jan van Groningen op 7 November 2011 op 12.04

Jack, onterechte vernietiging in de ogen van historicie komt zeker op meer fronten voor. Niet alleen binnen DIM/DIV. In he verleden heb ik al eens een discussie gehad bij een Universiteitsbibliotheek waar in de ogen van een historicus ten onrechte materialen weggegooid waren. Voor een archief ligt dit soms anders. Maar goed wat voor de een wel geldt geldt voor een ander weer niet. Zo maak ik ook mee dat de wet zegt iets mag weg, medewerker in de organisatie zegt van niet, een collega van wel.....

Maar je bericht doet mij sterk denken aan een lezing die ik bijwoonde van wijlen Boudewijn Buch. Die stelde ooit het voorbeeld dat zelf een reclamefolder van de slager om de hoek bewaard zou moeten blijven om later (door hisorici????) te kunnen achterhalen wat een pond kippenpoten kosten in een bepaalde periode. Dus ja wie heeft nu het laatste woord bij selectie en vernietiging?

Reactie van Yvonne Welings op 25 Oktober 2011 op 14.28

@Jack, de lezing van Bert Willemen laat zien dat archieven en collecties van particulieren een grote toegevoegde waarde kunnen hebben voor het verhaal dat over vroeger verteld kan worden. Overheidsarchieven geven een beperkt beeld, zeker vanaf de jaren zeventig zijn het eenheidsworsten. Vaak worden de meest interessante zaken niet bewaard, b.v. de sms van aftredend burgemeester Vreeman b.v., had ik graag willen bewaren voor het nageslacht. Wat denk je van de netwerkschijven bij gemeenten,  e-mail en social media ? Dit heeft niet echt met selectie en vernietiging te maken, immers veel wordt niet geregistreerd.

In hoeverre het haalbaar wordt dat dit onderdeel van het vak ook onderdeel wordt van Archiefwetgeving, m.i. ook een beperking bij de huidige, zal vooral afhangen van middelen. Zie in dit verband ook de archiefvisie uit juni 2011.

 

Reactie van Marius Jansen op 24 Oktober 2011 op 19.21
 

Jullie hebben alle drie een punt. Net wat Frieke aangeeft, er is ruimte om af te wijken van de vernietigings- en selectielijst, zie categorie 1.4. Het blijft natuurlijk altijd lastig om in te schatten welke dossiers en zaken hiervoor in aanmerking komen. Toch is daar wel iets over te zeggen. Zaken waar (publiekelijk) discussie/debat aan vooraf is gegaan en/of omslagmomenten. Gegevens over de hondenkar zouden vanaf 1963 bij de betreffende DIV-er en de archivaris die daarvoor zou moeten machtigen een lichtje moeten branden, zoals dat nu ook zou moeten bij voorkomende gevallen. Maar ja, destijds was er nog nauwelijks tot geen vernietigingstheorie of –filosofie, vaak niet eens een archivaris, en als die er was is het maar de vraag in hoeverre deze al in de vernietigingsprocedure was opgenomen, voor zover die procedure er al was. 

Daarom is het zo belangrijk dat vernietigingslijsten ook een deugdelijke beschrijving krijgen zodat een gemeentearchivaris aan de hand van deze beschrijving goed kan beoordelen of betreffende dossier dergelijke informatie bevat. Door bij de dossiers als metadata de specifieke categorie (wettelijke grondslag) waarop de vernietiging wordt verantwoordt maakt dit gebruikers meer bewust van het vernietigingsargument i.p.v. het V-jaar, en de archivaris kan de lijst beter beoordelen.

Reactie van jack karelse op 24 Oktober 2011 op 18.59
en wat we wel bewaren, is daar iemand benieuwd naar?
Het is niet m'n bedoeling selectiebeleid nader te ontwikkelen, maar slechts stof tot nadenken.

Het blijft een mooi onderdeel van het werk; zelfs als een groot deel van de informatiestroom is geautomatiseerd.
Reactie van Marco Klerks op 24 Oktober 2011 op 17.18

Wie had gedacht dat hondenkarren ooit historisch interessant zouden zijn?

 

Aan de andere kant, je kunt het zo gek nog niet verzinnen of er is wel iemand die het onderzoekt. Zullen we dan maar alles bewaren?

Reactie van Frieke H op 24 Oktober 2011 op 16.28

Die vraag is eenvoudig te beantwoorden jack... zeker verdwijnt er materiaal dat 'voor specifieke onderzoekers en liefhebbers bijzonder waardevol kan zijn'. Bij selectie heeft de DIVver de mogelijkheid vanwege historisch belang af te wijken van vernietiging. Van die optie gebruik maken is echter een tweede. Dan moet je a) enig besef hebben van wat wel of niet historisch belangrijk is b) dat besef kunnen vertalen naar het archief waarmee je bezig bent en c) dat kunnen omzetten in 'uitzonderingen op de regel'.

Ik vind dus dat je de juiste instelling hebt. En vraag me af nu ik dit tik... wie op dit forum kijkt ook op deze manier naar selectie en past dit toe? Of waarom juist niet?

 

N.B. Blijft altijd het punt staan dat we vanuit het nu nooit 100% sluitend kunnen beredeneren wat in de toekomst historisch belangrijk zal zijn (open deur) en er dus altijd teleurgestelde hobbyisten / onderzoekers zullen blijven bestaan.

© 2018   Gemaakt door Marco Klerks.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden