Ik ben momenteel bezig met het inventarisseren van de eisen die in KIDO te voorschijn komen. In de handreiking staan

Eis

Toets

 

 

Documentatie van de applicatie is actueel, juist en volledig

de systeemdocumentatie is een juiste weergave van de werkelijkheid, doordat aanpassingen adequaat (geautomatiseerd) worden geadministreerd.

 

 

KPI

Archiefwet en regelgeving

 

 

 

 

Eis

Toets

 

 

De beheeractiviteiten worden vastgelegd ten behoeve van “tracking and tracing’

Alle beheeractiviteiten worden, voor de doelmatigheid en objectiviteit, bij voorkeur geautomatiseerd, gedocumenteerd, waardoor deze herleid kunnen worden binnen de werkprocessen


 

 

 

KPI

Archiefwet en regelgeving

 

 

 

Maar voor beide eisen is geen grondslag ingevuld. Geen KPI maar ook geen wettelijke regel waarop deze eisen zijn gebasseerd. Nu vraag ik mij af wat de grondslag dan wel is van deze eisen. Kan iemand mij helpen?

Met vriendelijke groet,

Gerdien

Weergaven: 135

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Hoi Gerdien,

Naar mijn mening hebben deze eisen te maken met de authenticiteit van de informatieobjecten. Om dit te kunnen garanderen moet er in de systemen herleidt kunnen worden wie wat heeft gedaan en wanneer welke objecten zijn aangepast.

Vriendelijk groet,

Hanneke

ik zou de grondslag zoeken in de BIG. Preciezer dan dit kan ik het niet aangeven, want het is lang geleden dat ik deze gelezen heb, dus mijn geheugen schiet mij tekort.

De twee eisen gaan m.i. over logging en auditing.

Dank je wel. Ik kon zelf de grondslag niet zo vinden. Maar heb m wel nodig.
 
Marco Klerks zei:

ik zou de grondslag zoeken in de BIG. Preciezer dan dit kan ik het niet aangeven, want het is lang geleden dat ik deze gelezen heb, dus mijn geheugen schiet mij tekort.

De twee eisen gaan m.i. over logging en auditing.

Dit lijkt mij de grondslag:

De Archiefregeling:

Artikel 17. Context en authenticiteit

De zorgdrager zorgt ervoor dat van elk van de archiefbescheiden te allen tijde kan worden vastgesteld:

  • a. de inhoud, structuur en verschijningsvorm bij het ontvangen of opmaken ervan door het overheidsorgaan, een en ander voor zover deze aspecten kenbaar moesten zijn voor de uitvoering van het betreffende werkproces;

  • b. wanneer, door wie en uit hoofde van welke taak of werkproces het door het overheidsorgaan werd ontvangen of opgemaakt;

  • c. de samenhang met andere door het overheidsorgaan ontvangen en opgemaakte archiefbescheiden;

  • d. de met betrekking tot de archiefbescheiden uitgevoerde beheeractiviteiten; en

  • e. de besturingsprogrammatuur of toepassingsprogrammatuur waarmee de archiefbescheiden worden bewaard of beheerd.

Antwoorden op discussie

RSS

© 2017   Gemaakt door Marco Klerks.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden