Het belang van informatievaardigheden in Het Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken (HNW) is hot en vraag om een behoorlijke omslag. Ik wil niet al te veel ingaan op de definitie van HNW. Laten we het er op houden dat de bindende factor is dat werknemers onafhankelijk van plaats en tijd kunnen werken. Essentieel daarbij is dat zij over benodigde informatie moeten kunnen beschikken.


Dat de informatie die een medewerker nodig heeft objectief gezien beschikbaar is wil alleen nog niet zeggen dat deze ook gevonden en gebruikt wordt. Het ontsluiten van informatie kent twee kanten. Informatie dient digitaal beschikbaar te zijn zodat deze onafhankelijk van plaats en tijd beschikbaar is. Daarnaast moet de informatie vindbaar zijn voor de gebruiker. Helaas lijdt het eerste niet automatisch tot het laatste. De inrichting van de digitale informatiehuishouding is de meest voor de hand liggende factor. Deze inrichting laat qua gebruiksvriendelijkheid nog wel eens wat te wensen over. Helaas is een goede inrichting nog geen voldoende voorwaarde daadwerkelijke ontsluiting. Maar hoe zit het met de competenties van de werknemer? Deze moet informatie kunnen vinden, selecteren en gebruiken. Ik doel daarmee op informatievaardigheid.


Competentie?

De competentie informatievaardigheid valt uiteen in twee componenten. Ten eerste dient de medewerker effectief en efficiënt te kunnen werken met de in gebruik zijnde applicaties. Dit is de specifieke component. Om daarvoor te zorgen is een straightforward oplossing te vinden, namelijk het verzorgen van cursussen en training on the job betreffende de gebruikte platforms (zie het voorbeeld van de wetenschappelijke bibliotheek van de Erasmus Universiteit Rotterdam[1]) . Kennis en kunde van deze platforms zal zich door dagelijks gebruik verder ontwikkelen.


Ten tweede zijn er de algemene informatievaardigheid, de algemene component. Algemene informatievaardigheid dient nadrukkelijk niet te worden verward met digibetisme. Digitbetisme en informatievaardigheid vormen een samenspel. Waarschijnlijk zal een digibeet moeite hebben met de ontsluiting van digitaal aangeboden informatie, anderzijds leidt handigheid met computers niet automatisch tot een volledige ontsluiting van informatie.


Ten onrechte wordt er vaak vanuit gegaan dat mensen informatievaardigheid automatisch ontwikkelen. Tevens bestaat de misvatting dat een gebrek aan deze competentie alleen geldt voor mensen die niet goed met digitale media overweg kunnen of dat de generatie Einstein op dit vlak competenter is dan eerdere generaties. Uit diverse onderzoeken rondom het gebruik van internet blijkt dat het vinden en selecteren van de juiste informatie, ondanks de beschikbaarheid daarvan, voor alle generaties op zijn minst problematisch is. Deze week nog verscheen het bericht dat “Nederlanders niet handig met internet” zijn[2]. Communicatiewetenschapper Alexander van Deursen promoveerde op een onderzoek naar internetvaardigheden onder Nederlanders waaruit blijkt dat het niveau, onder alle generaties, zorgwekkend is.


Ook de jeugd, waarvan toch over het algemeen wordt aangenomen dat zij beter informatie kunnen ontsluiten in een digitale omgeving, brengt het er niet goed vanaf. Sterker nog, doordat zij zijn opgegroeid in een informatiesamenleving hebben zij nog meer moeite met gericht zoeken en selecteren. Ze verzuipen in het aanbod van informatie en hebben moeite met het verrichten van eenvoudige zoekopdrachten. Selecteren is evengoed moeilijk. Binnen enkele seconden scannen zij de gevonden informatie en lezen niet verder wanneer het niet bevalt. Dit leidt te snel tot de conclusie dat de aangeboden informatie niet relevant is. Tevens ondervinden zij, zoals ook door henzelf aangegeven[3], moeite met het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie.


Naast specifieke informatievaardigheid kan ook algemene informatievaardigheid worden aangeleerd. De Universiteit Twente ontwikkelde MEEWIZ (Methodisch En Efficiënt Wetenschappelijke Informatie Zoeken) voor het methodisch en gestructureerd zoeken en gebruiken van algemeen beschikbare wetenschappelijke informatie[4]. Het ontwikkelen van deze competentie moet worden gezien als een diepte investering voor de lange termijn.


De ontwikkeling van de algemene en specifieke component hoeven niet los van elkaar te staan. Er kan altijd worden gekozen voor een applicatie overstijgende aanpak met een praktische inslag gericht op de in gebruik zijnde applicaties.


HNW en Informatievaardigheid

Een gebrek aan informatievaardigheden is een groot potentieel probleem. Hoewel HNW op zich niets veranderd aan de competentie informatievaardigheid maakt HNW een gebrek aan deze competentie wel beter zichtbaar. Collega’s zijn niet altijd fysiek in de buurt om je te assisteren. Investeringen in ICT componenten die werken onafhankelijk van plaats en tijd mogelijk maken betekenen dat informatie via een ander kanaal, lees digitaal, wordt aangeboden en het informatiepotentieel vaak veel groter is dan in de vertrouwde kantooromgeving. HNW vraag om meer zelfredzaamheid.


Voor de nieuwe werker zijn de verandering wat dat betreft groot. Hij of zij moet voor een groot deel zelfstandig zijn weg kunnen vinden in een enorm aanbod van digitale informatie. Dit vereist aan de basis andere, meer gestructureerde zoektechnieken en kennis van de platforms waarmee wordt gewerkt, en mogelijk inrichting van een eigen voortgangsbewaking en een persoonlijk documentatiesysteem om de geselecteerde informatie beheersbaar te maken.


Tot slot

Informatievaardigheid, zowel specifiek als algemeen, is een belangrijke competentie voor veel werknemers en zeker voor kenniswerkers. HNW veranderd daar op zich niets aan. Een gebrek aan Informatievaardigheid wordt echter door HNW wel een groter struikelblok. HNW in combinatie met een gebrek aan informatievaardigheid betekend dat het risico op suboptimale output groter wordt. Daarbij leidt het tot inefficiëntie. Onder de streep uit zich dit in hogere kosten en lagere opbrengsten. Investeren in beide componenten van informatievaardigheden zo daarom een investering moeten zijn die zichzelf terugbetaald.



[1] Drenthe, G. en Elk, J. van (2002). Een digitale cursus wetenschappelijke informatievaardigheden. Informatie Professional, 6(9), 26-30.

[2] Deursen, A. van (2010, december). Zorgwekkend niveau internetvaardigheden ( Persbericht). http://alexandervandeursen.nl/serendipity5/index.php?/archives/96-Z.... Geraadpleegd op 14 december 2010.

[3] Pijpers, R. en T. Marteijn. Einstein bestaat niet, Over usability en surfgedrag van jongeren. Leidschendam: Stichting Mijn Kind Online.

[4] Braaksma, J. (2000). MEEWIZ, Trainingsprogramma voor het leren zoeken. Informatie Professional, 4(1), 29-31.

Weergaven: 268

Opmerking

Je moet lid zijn van BREED - over de grenzen van informatie om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van BREED - over de grenzen van informatie

Reactie van Yvonne Welings op 5 Januari 2011 op 9.48
@Jelger, zie berichtgeving over het nieuwe werken en ambtenaren op deze link. Blijkbaar is het voor bepaalde doelgroepen niet eenvoudig ?
Reactie van Yvonne Welings op 21 December 2010 op 14.49
Reactie van Yvonne Welings op 21 December 2010 op 14.45
Reactie van Ranny de Vries op 19 December 2010 op 0.13

Jelger,

Netjes gedaan, makkelijk te volgen.

Houden zo!

Reactie van Jelger Postma op 17 December 2010 op 9.57

Dank voor de leestip!

Reactie van Yvonne Welings op 16 December 2010 op 15.37

© 2018   Gemaakt door Marco Klerks.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden